Aangelijnd (2)

“Er loopt daar een man, die vond dat ik m’n hond moest vastdoen. Echt belachelijk. Ik denk ik zeg het maar even. Hij heeft een labradoodle. Hij liep de andere kant op, dus waarschijnlijk komt u hem niet tegen.”

Ik hou ervan aangesproken te worden zonder ‘hallo’ of ‘meneer’. Waar ik niet zo van hou is aangesproken te worden op het loslopen van Lola. Lola interesseert zich sowieso voor niemand en juist niet voor aandachttrekkende aangelijnde honden. Toch doe ik Lola maar even vast, want ik heb geen zin in een discussie met een gelijkhebber (hij heeft gelijk, honden ‘moeten’ hier aangelijnd).

Tweehonderd meter verder realiseer ik me dat de jonge vrouw die me aansprak diezelfde jonge vrouw is die op 17 november vorig jaar ‘weg wilde uit dit kutland’. Ik herken haar aan haar stem. Ik zoek op punkmedia.nl, scrol naar beneden naar het zkv’tje. Waarin ze een monoloog heeft met haar moeder aan de telefoon, wacht…

Ik geniet van m’n plekje, zak onderuit in de zon en schuif m’n linkervoet over m’n rechterenkel. In de verte hoor ik een jonge vrouwenstem aan de telefoon, ze loopt van links naar rechts langs met haar golden retriever. Het is een monoloog met mam: “Ik wil weg uit dit kutland.” De rest hoor ik niet, maar ze keert al snel om: “Het is ook nog niet zo’n schande, mam. De hele fucking wereld krijgt kinderen. Ik wil dat niet. Dan maar eenzaam sterven. Fuck it.”

De golden retriever loopt los. De regel is hier: aangelijnd.

Ik wilde eigenlijk naar het bos lopen, maar ik weet (door dit stukje) dat ze terugloopt en dat ik dit haar wil laten lezen. Inderdaad, we komen elkaar aan de overkant weer loslopend tegen en ik zeg onaangekondigd: Ik heb over jou geschreven. Ze stopt. “Wat zegt u?” Ik woon daar aan de Berkel en ik hoorde jou een keer met je moeder aan de telefoon, dat je weg wilde uit dit kutland. “Ja, dat kan wel kloppen, dat ben ik. HAHA. Wat bizar!”

Ze kwam net die man nog een keer weer tegen met z’n (inmiddels) ‘fucking labradoodle’.

Jouw deel staat helemaal achterin het verhaal. Ik geef haar m’n telefoon en ze leest eerst over het begrip: toeval. Over A.L. Snijders die gelooft in toeval. Daar waar iedereen zegt dat toeval niet bestaat, vindt hij juist dat alles toeval is. Ze leest het. Ik krijg de bal van haar golden retriever een paar keer in m’n hand, Lola snuffelt wat rond en is niet geïnteresseerd. Aan het einde hoor ik haar lachen.

“Maar wat een toeval zeg, dit! Ik heb het met jou over die man, met die hond, en jij schreef hier over dat mijn hond losloopt, hahaha. Precies wat erboven staat. Alles is toeval.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven